Begrippenlijst online lesgeven
De woorden die in dit vakgebied rondgaan, in gewone taal. Handig bij het lezen van een aanbieding waarin iemand met termen strooit.
Bijgewerkt 14 september 2026
Op deze pagina
Over platformen
- LMS
- Learning management system, in het Nederlands leerplatform. Software waarin je lesmateriaal aanbiedt, toetst en voortgang bijhoudt.
- LXP
- Learning experience platform. Een LMS dat de cursist zelf laat kiezen wat er geleerd wordt, met aanbevelingen. Bedoeld voor grote organisaties met een catalogus; bij één cursus zonder betekenis.
- Cursusplatform
- Software om online cursussen te verkopen aan een onbekend publiek, met betaalmodule en bestelpagina. Een ander product dan een LMS, ook al lijken de woorden op elkaar.
- White label
- Het platform draagt jouw naam en kleuren in plaats van die van de leverancier. De mate waarin dat kan verschilt sterk per aanbieder.
- Multitenant
- Eén systeem waarin meerdere organisaties naast elkaar werken zonder elkaars gegevens te zien. Vrijwel alle platformen die je per maand afneemt, werken zo.
- SCORM
- Een uitwisselformaat voor lesmodules, uit de jaren negentig. Alleen relevant als je modules inkoopt bij een uitgever.
Over lesgeven
- Blended learning
- Een combinatie van online materiaal en bijeenkomsten.
- Flipped classroom
- De uitleg gaat naar vóór de bijeenkomst, de bijeenkomst is alleen nog oefenen. Een strengere vorm van blended learning.
- Selfpaced
- Zonder vaste lesmomenten; de cursist bepaalt zijn tempo.
- Cohort of lichting
- Een groep die dezelfde cursus in dezelfde periode doorloopt. In Leermanager heet dat een groep.
- Microlearning
- Lessen van enkele minuten. In de praktijk vooral goed advies over leslengte, verpakt als methode.
- Leerdoel
- Wat iemand na de cursus kan. Geformuleerd als handeling is het toetsbaar; geformuleerd als kennis meestal niet.
- Gamification
- Punten, badges en ranglijsten om motivatie te verhogen. Werkt kort, en bij volwassenen in verplichte instructie zelden.
Over toetsen
- Cesuur of slaagnorm
- Het percentage dat nodig is om te slagen. Zeventig procent is de gewoonte, zelden een onderbouwde keuze.
- Formatief toetsen
- Toetsen om te leren: de uitslag telt niet mee, de uitleg erna is het doel. Een tussentoets is dit.
- Summatief toetsen
- Toetsen om vast te stellen: de uitslag is de conclusie. Een eindtoets is dit.
- Afleider
- Een onjuiste optie in een meerkeuzevraag. Een goede afleider is een fout die mensen echt maken; een slechte doet niet mee.
- Itemanalyse
- Per vraag nagaan hoe goed die onderscheidt tussen wie de stof kent en wie niet. Zinnig vanaf enkele honderden deelnemers, daaronder statistisch ruis.
- Proctoring
- Toezicht op afstand tijdens een toets, met camera of schermopname. Ingrijpend, en bij interne instructie bijna nooit proportioneel.
Over gegevens
- Verwerkingsverantwoordelijke
- Wie bepaalt waarom en hoe er persoonsgegevens worden verwerkt. Bij een cursus ben jij dat voor je cursisten.
- Verwerker
- Wie het feitelijke verwerken doet, in opdracht. Het platform waar je cursus in staat, is dat.
- Verwerkersovereenkomst
- Het contract tussen die twee. Verplicht, en je regelt het vóór de eerste cursist.
- Dataportabiliteit
- Het recht om je gegevens in een bruikbaar formaat mee te nemen. Voor jou de vraag: kan ik mijn cursus en mijn resultaten exporteren?
Verder lezen
- Wat is een LMS?Een LMS is software waarin je lesmateriaal aanbiedt, toetst en voortgang bijhoudt. Wat het wel en niet doet, en wanneer je er een nodig hebt.
- Een leerplatform kiezen zonder er drie maanden aan te verliezenZeven vragen die de keuze feitelijk bepalen, en drie die er minder toe doen dan je denkt. Met de valkuil van het gratis grote platform.
- De AVG en de gegevens van je cursistenWat je verplicht bent als je namen, e-mailadressen en toetsresultaten van cursisten beheert. In gewone taal, zonder juridisch jargon.
Kijk eerst rond in een gevulde omgeving
De demo is een volledige omgeving met een echte cursus, twaalf cursisten en hun toetsresultaten. Je hoeft niets in te vullen.